Soms ontstaat een inzicht op een heel gewone plek. Bij mij gebeurt dat opvallend vaak midden in een discussie.
Vandaag had ik zo’n gesprek. Het onderwerp zelf doet er eigenlijk niet eens zoveel toe. We verschilden van mening, over en weer werden argumenten gegeven en voor mij is dat normaal. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn om een goed gesprek te kunnen voeren.
Maar op een gegeven moment gebeurde er iets interessants. De inhoud verdween naar de achtergrond. Het ging ineens niet meer over waar we van mening over verschilden, maar over het feit dat ik bleef reageren. Alsof het beantwoorden van een argument betekende dat ik per se het laatste woord wilde hebben.
En juist dat zette me aan het denken.
Hoe moeilijk vinden wij het eigenlijk wanneer iemand ons geen gelijk geeft?
David R. Hawkins beschreef in zijn bekende Map of Consciousness verschillende bewustzijnstoestanden, van sterk door angst, boosheid en trots bepaalde staten tot meer open vormen van bewustzijn waarin acceptatie, liefde en innerlijke rust centraal staan.
Ik gebruik zijn bewustzijnsschaal ook binnen de opleiding voor Gelukscoach, maar ik beschouw haar vooral als een filosofisch en spiritueel model, niet als een wetenschappelijk meetinstrument.

Binnen de bewustzijnsschaal van Hawkins herken ik die behoefte om jezelf, je standpunt en je gelijk te verdedigen vooral in het niveau Trots. Niet als etiket voor een ander, maar juist als uitnodiging om te onderzoeken wanneer dit mechanisme in onszelf actief wordt.
Wat ik er interessant aan vind, is de gedachte dat onze behoefte om gelijk te krijgen (niveau trots) iets kan zeggen over de mate waarin we ons identificeren met ons ego en onze overtuigingen. Want ergens gebeurt er iets vreemds. We hebben eerst een mening. Maar soms wordt die mening zo sterk verbonden met onze identiteit dat we niet langer alleen een mening hebben.
We worden onze mening.
En vanaf dat moment voelt iemand die anders denkt niet meer alleen als iemand met een ander perspectief. Het kan bijna voelen alsof die persoon ons afwijst. Alsof zijn andere mening iets zegt over onze intelligentie, onze waarden, onze keuzes of zelfs over wie wij zijn.
En dan ontstaat ongemak.
- We willen niet alleen meer gehoord worden.
- We willen bevestigd worden.
- We willen dat de ander uiteindelijk zegt:
Je hebt gelijk.
Een andere mening is geen aanval
Misschien is dit wel een van de interessantste dingen om bij onszelf te onderzoeken. Kun je iemand volledig anders naar iets laten kijken zonder de behoefte te voelen hem te overtuigen?
Kun je werkelijk zeggen:
Ik hoor wat jij zegt. Ik zie het anders.
En daar vrede mee hebben?
Dat klinkt eenvoudig.
Totdat het gaat over iets wat ons werkelijk raakt.
Politiek.
Relaties.
Opvoeding.
Gezondheid.
Spiritualiteit.
Maatschappelijke kwesties.
Juist daar zitten onze overtuigingen vaak veel dichter tegen onze identiteit aan dan we beseffen. En zodra iemand niet alleen onze mening lijkt tegen te spreken, maar voor ons gevoel onszelf, verandert een gesprek razendsnel in een wedstrijd.
- Wie heeft gelijk?
- Wie geeft toe?
- Wie krijgt het laatste woord?
- Wie wint?
Maar waarom zou een gesprek eigenlijk een winnaar nodig hebben?
Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn niet hetzelfde
Je kunt ergens volledig achter staan zonder dat iemand anders jou daarin hoeft te bevestigen. Je kunt krachtig van mening verschillen. Je kunt grenzen stellen. Je kunt iemand tegenspreken. Je kunt zelfs denken dat iemand er compleet naast zit.
Maar je innerlijke rust hoeft niet afhankelijk te zijn van de vraag of die ander uiteindelijk jouw kant kiest. Dat verschil vind ik essentieel.
Een overtuiging hebben is iets anders dan bevestiging nodig hebben voor die overtuiging.
En misschien zit daar wel een vorm van vrijheid. Niet in het ontbreken van een mening. Niet in alles maar goed vinden. Niet in conflict vermijden. Maar in het vermogen om stevig te blijven staan zonder dat de ander hoeft te buigen.
We luisteren steeds minder
Misschien is dat uiteindelijk wat mij het meest bezighoudt. Niet dat mensen van mening verschillen. Dat vind ik juist gezond. Een samenleving waarin iedereen hetzelfde denkt, lijkt me eerder beangstigend dan wenselijk. Wat mij wel opvalt, is hoe moeilijk we het soms vinden om een verschil van mening werkelijk te verdragen.
- Je ziet het in de politiek.
- Je ziet het op de werkvloer.
- Je ziet het op sociale media.
- Je ziet het binnen families.
- En je ziet het gewoon in gesprekken tussen twee mensen.
We luisteren steeds vaker niet meer om te begrijpen wat iemand zegt. We luisteren om het zwakke punt in zijn redenering te ontdekken. Om ons volgende argument klaar te zetten. Om terug te slaan. Om te corrigeren. Om te laten zien waarom wij het beter zien.
En misschien is dat wel het werkelijke probleem.
Niet dat we te weinig met elkaar praten, maar dat we tijdens het praten nauwelijks nog naar elkaar luisteren.
Een gesprek wordt dan geen ontmoeting meer. Het wordt een debat dat gewonnen moet worden. Een andere mening wordt geen uitnodiging meer om iets vanuit een ander perspectief te bekijken, maar een bedreiging die moet worden weerlegd. En dan verdwijnt nieuwsgierigheid.
Misschien begint bewustzijn juist daar
Voor mij heeft bewustzijn steeds minder te maken met hoeveel kennis iemand bezit, hoeveel boeken iemand heeft gelezen of welke spirituele theorie iemand kent.
Misschien wordt bewustzijn juist zichtbaar op het moment dat iemand tegenover je zit die werkelijk anders denkt.
- Wat gebeurt er dan in jou?
- Kun je luisteren zonder onmiddellijk te corrigeren?
- Kun je nieuwsgierig blijven zonder de ander naar jouw kant te trekken?
- Kun je zelfs even onderzoeken of er misschien iets zit in wat die ander zegt?
- En kun je tegelijkertijd blijven staan voor wat jij zelf ziet?
Misschien is dat wel echte innerlijke vrijheid. Niet dat je geen mening meer hebt. Maar dat je geen overwinning meer nodig hebt.
Dat je kunt zeggen:
- Jij ziet het zo.
- Ik zie het anders.
En geen van ons hoeft daarvoor kleiner gemaakt te worden.
We hebben volgens mij niet mer mensen nodig die harder leren argumenteren.
We hebben mensen nodig die sterk genoeg zijn om te luisteren naar iets waar ze het fundamenteel mee oneens zijn.
Want zolang luisteren alleen nog betekent dat we wachten tot we zelf weer aan de beurt zijn, voeren we misschien nog wel gesprekken—
maar ontmoeten we elkaar niet meer.





