arrow_drop_up arrow_drop_down
29 januari 2017 

Spijt, afgunst, woede, trots wat kun je ermee?

Spijt, afgunst, woede, trots wat kun je ermee? Laten we de emoties eens wat nader bekijken en onderzoeken.

Spijt

Eén van de minder fijn voelende emoties is spijt. Toch heeft spijt nut. Spijt is de essentiële emotie die we voelen als we beslissingen maken.  Spijt voel je als je een keuze hebt gemaakt. Omdat spijt te maken heeft met keuzes, richt het zich op je eigen rol in het veroorzaken van een mogelijke negatieve uitkomst.

Spijt is tevens een emotie met een slechte reputatie. Het lijkt een ‘niet nuttige emotie’ omdat we te veel achteruit kijken in plaats van vooruit. Toch is het nuttig. We leren van onze fouten omdat we de emotie van spijt goed kunnen herinneren. Spijt nuttig om er voor te zorgen dat je je fouten niet vergeet en het een volgende keer anders kunt doen.

Spijt is ook nuttig omdat je je fouten kunt goedmaken. Als we een keuze maken, kunnen we van te voren rekening houden of we er spijt van gaan krijgen of niet. We kijken dus niet alleen naar de uitkomst van een besluit, maar ook naar de emotie van spijt die erop kan volgen.

Als we rekening houden met mogelijke gevoelens van spijt achteraf, kunnen we dit gebruiken om onze keuzes aan te passen om onszelf, maar ook de ander in bescherming te nemen.

Spijt voel je dus als je een slechte beslissing hebt gemaakt, een verkeerde keuze hebt gemaakt en het richt zich op je eigen rol in het veroorzaken van de negatieve uitkomst. Dat is de reden waarom spijt zo pijnlijk is. Het is essentieel te leren van je eigen fouten in de hoop dat je een volgende keer een betere keuze maakt.

Spijt gaat over emotioneel tijdreizen, je kijkt terug op de keuzes die je gemaakt hebt. Alhoewel spijt niet fijn voelt, is het een zinvolle emotie.

Agressie

We kennen allemaal de emotie van boosheid, woede en agressie. Bijvoorbeeld als we naar onze favoriete voetbalclub kijken en je club verliest. Woede is één van de drie negatieve basisemoties (verdriet, angst en boosheid). Boosheid is de enige negatieve emotie die gebaseerd is op een toenadering naar andere personen of objecten. Angst en verdriet daarentegen zorgen eerder voor een terugtrek beweging naar personen of objecten.

Hoe vaak zijn we nu eigenlijk boos? Vanuit onderzoek blijkt dat mensen de mate van hun woede onderschatten. Dit komt omdat boosheid een emotie is die maatschappelijk onaanvaardbaar is. Dit maakt dat we erg geneigd zijn om de mate van onze boosheid te ontkennen. We noemen het soms temperament, terwijl we boos zijn. Boosheid komt ook vaker voor, samen met andere emoties die ‘eronder liggen’ als angst of verdriet. Daarom vinden we het moeilijk om boosheid te erkennen. Boosheid is een complexe emotie.

Uit onderzoek blijkt dat het geven van negatieve feedback of kritiek bijvoorbeeld boosheid kan opwekken. Dat is ook de reden dat negatieve feedback of kritiek nauwelijks werkt. Mensen schieten in hun defensie mechanisme, zeker als feedback gegeven wordt als tegenstander in plaats van bondgenoot. Constructieve feedback of belonen werkt veel effectiever. Ook roept het ophalen van een herinnering over iemand waar je boos op bent, gevoelens van boosheid op.

Mensen zijn ook bang voor boze mensen. In de praktijk blijkt het zo te zijn dat woede slecht in 10% leidt tot agressie. Er zit een soort van poortwachter tussen boosheid en agressie, namelijk zelfcontrole. De meeste mensen bezitten deze zelfcontrole.  Boosheid en woede leidt dus niet altijd tot agressie.

Toch heeft boosheid ook nut. Mensen die bijvoorbeeld erg angstig zijn en voeling krijgen met boosheid, wat een meer krachtige energie is,  kunnen daardoor hun angsten meer loslaten.

Boosheid hoort bij het mens zijn, het zit in onze evolutie verankerd. Boosheid voelen en erkennen is prima. Zodra we er ons mee identificeren en langdurig boos blijven heeft het effect op ons welzijn. Alsmede boosheid onderdrukken of negeren is ongezond. Je boosheid gewaar worden, luisteren naar je boosheid en ontdekken waarom je boos wordt, werkt bewustzijn verhogend.

Er zijn twee soorten van agressie te onderscheiden:

  • Reactieve agressie
  • Proactieve agressie

Reactieve agressie ontstaat als mensen een bepaalde bedreiging in hun omgeving detecteren, het gedrag is dan voornamelijk impulsief.

Proactieve agressie is meer een gecontroleerde vorm van agressie. Mensen gebruiken proactieve agressie om een bepaald doel te bereiken, zoals meer geld, aanzien, status of macht. Proactieve agressie staat dus onder controle van externe beloningen. In de digitale wereld komen we proactieve agressie steeds meer tegen.

Mensen die eerder de neiging hebben om reactief te reageren, maken sneller denkfouten, blijkt uit onderzoek. Eén van de vragen van dit onderzoek was: ‘Je bent in de kroeg, iemand stoot je aan, waarom denk je?’

  1. Het was toevallig;
  2. De man voelde zich onwel en verloor zijn evenwicht;
  3. Hij wil een gevecht uitlokken;
  4. Hij struikelt over zijn voeten terwijl hij je begroet.

Mensen die reactieve agressie vertonen, kiezen sneller voor keuze 3 dan mensen die proactieve agressie vertonen.

Alhoewel we dus onze boosheid en die van anderen onderschatten, en het negatieve associatie oproept, is onze angst voor boosheid en woede niet altijd gegrond. Het is beter om contact te maken met je eigen boosheid, je af te vragen waarom je boos bent en de boosheid in jezelf te reguleren. Ook kun je boosheid bespreekbaar maken, net als verdriet. Het mag er gewoon zijn en gehoord worden.

Dit vinden we moeilijk, zelfs bij onze kinderen. We veroordelen boosheid sneller. Een verdrietig kind vinden ouders gemakkelijker om te benaderen dan een boos kind. Een boos kind wordt naar zijn of haar kamer gestuurd, terwijl het effectiever is om te luisteren naar de boosheid. Zo leert het kind ook naar zijn of haar eigen boosheid te luisteren.

Trots

Trots ervaren we als onszelf verantwoordelijk voelen voor het behalen van een bepaalde prestatie. De prestatie wordt toegeschreven aan de eigen inspanning en handeling. Trots is het resultaat van een evaluatie van een specifieke actie die naar een gevoel van succes leidt en is belangrijk voor het persoonlijke welzijn. We voelen ons goed, we denken dat we dingen kunnen en we stellen vervolgens hogere doelen.

Als je trots bent, uiten we dat fysiek. Je maakt jezelf groot, schouders naar achteren, borst naar voren en je doet je armen in de lucht.  Deze trotse uiting wordt over de hele wereld herkent. Ook kinderen laten deze fysieke handelingen al vrij jong zien bijvoorbeeld na het behalen van hun zwemdiploma.  Dit geldt ook voor mensen die blind vanaf de geboorte zijn. De fysieke handelingen zijn identiek. Trots is dus geen aangeleerde emotie maar universeel. Het uitdrukken van trots kan verschillen tussen culturen.

Trots zorgt ervoor dat we het gevoel willen delen. Als je het gevoel van trots uit, krijgen andere mensen een hogere pet op van jou. Je krijgt een bepaalde status en het gevoel van een gewaardeerd persoon te zijn. Goede prestaties resulteren vaak in gevoelens van trots. Maar om trots te voelen moet de prestatie vergeleken worden met prestaties van anderen. Het gaat dus om een zelfbewuste emotie.

Het bijzonder van het uiten van trots is, dat we ons tegelijkertijd ook een beetje ongemakkelijk voelen. We bereiken iets door een prestatie die we hebben neergezet, maar als we dit delen, gaan we het snel bagatelliseren.

Hiermee ondermijnen we het nut van trots. Want trots voelen is een positieve ervaring. Echter kan de ander trots zien als arrogant en kan het negatief overkomen. Als we te koop lopen met onze prestaties vinden andere mensen ons niet zo leuk.

Hoe kan dat? Je trots uiten kan bedreigend zijn voor anderen. En het is bedreigend als de prestatie die jij geleverd hebt, de ander ook graag had willen bereiken. Als de prestatie dus relevant is voor de ander, zijn we geneigd de trots in te houden.

Er zijn twee typen van trots:

  1. Authentieke trots
  2. Hubris of hoogmoedige trots

Authentieke trots ervaar je als je een positieve uitkomst kunt toeschrijven aan jezelf, aan je eigen handelen en je er moeite voor gedaan hebt. Meestal vinden mensen deze vorm van trots goed, behalve als het bedreigend voor de ander is die deze prestatie ook had willen bereiken.

Hubris trots daarentegen is een vorm van trots waarbij je een positieve uitkomst of resultaat hebt bereikt en deze toeschrijft aan je eigenschappen. Bijvoorbeeld je haalt een 9 voor een examen en je schrijft dit toe aan het feit dat je hartstikke slim bent. Of je bent coach en je vindt jezelf enorm empathisch en schept hier over op. Dit vinden mensen niet leuk. Mensen voelen dit als arrogant en opschepperig.

Dus als we trots zijn houden we automatisch rekening met de gevoelens van anderen. We houden ons in omdat de ander ‘last’ van ons kan hebben. En dat is nuttig en ook eigenlijk erg sociaal. Het bezitten van een gezonde hoeveelheid trots is belangrijk voor het persoonlijke welzijn en zelfvertrouwen, maar overdreven trots heeft negatieve gevolgen voor het zelfvertrouwen en sociale relaties.

Afgunst

Afgunst zit eigenlijk in iedereen in meer of mindere mate. Dit zie je ook bij kinderen. Wat een ander kind heeft, wil het liefst elk kind hebben.

Afgunst kan goed voor je zijn terwijl veel mensen dit zien als negatief. We hebben al lang het idee dat afgunst iets negatiefs is. Afgunst is wanneer iemand iets goeds doet en de ander een frustratie voelt omdat hij of zij het beter doet, het is dus eigenlijk een verpakt compliment. Een gunstig bijeffect is dat mensen harder aan zichzelf gaan werken om hetzelfde te kunnen bereiken. Het kan dus groei en creativiteit bevorderen.

Er zit natuurlijk ook een negatieve kant aan afgunst. Mensen die afgunstig zijn roddelen over de ander, geven negatieve kritiek, ook dit zien we steeds meer in de digitale wereld opkomen. Het gaat soms zo ver dat mensen een ander willen straffen om wat hun is aangedaan. Zo gemeen kan afgunst zijn en mensen geloven ook echt in hun eigen waarheid.

Afgunst kan dus leiden tot creativiteit en groei of tot roddelen en wraakzucht.

Afgunst en benijden ligt dicht bij elkaar. Dit is onderzocht in Nederland. Een groep deelnemers werd verdeeld in tweeën. De vraag aan de ene groep was: ‘Herinner je een situatie dat je heel erg afgunstig was’. De vraag aan de andere groep was: ‘Herinner je een situatie dat je iemand heel erg benijdde’?  Na het beantwoorden van deze vraag werden de volgende vragen aan beide groepen gesteld:

  1. Hoe aardig vond je deze persoon?
  2. Had je de neiging om te roddelen over deze persoon?
  3. Had je de neiging om negatief gedrag te vertonen?
  4. Of had je de neiging om zelf beter je best te doen?

Het blijkt dat benijden meer motiveert dan afgunst.

Wanneer roept nu iets afgunst op en wanneer roept het benijden op? Dit blijkt te maken te hebben met een bepaalde verdiendheid. Op het moment dat je verdient dat de ander beter af is krijg je benijden, als je het onverdiend vindt, krijg je afgunst.

Een voorbeeld. Iemand volgt een opleiding en heeft er keihard voor gewerkt, dan krijg je benijden. Iemand volgt een opleiding en overdrijft in zijn of haar prestaties, dan krijg je afgunst.

Afgunst en benijden is ook een signaal. Dingen die relevant zijn voor je identiteit, komen terug in afgunst en benijden. Zo zal iemand die het beter doet dan jij en die je goed kent eerder afgunst oproepen dan iemand die je niet kent. Toch is afgunst nuttig. De pijn die je voelt door afgunst zorgt ervoor dat je iets wilt doen, dat je mogelijk je meer gaat ontwikkelen en inspannen om te bereiken wat jij wilt en waar je goed in bent.

Het gaat om het kunnen luisteren naar je afgunst. Het kan met je zelfbeeld te maken hebben, of omdat je keihard hebt gewerkt maar niet de verdiensten krijgt die een ander wel heeft.

Voel je je afgunstig? Kijk of het je lukt jezelf minder te vergelijken met anderen en kijk wat je goed doet. Je kunt ook de vergelijking veranderen. Als een collega het beter doet dan jij en je voelt de afgunst opkomen, verander dan het domein van de vergelijking door je te focussen op wat jij goed doet. Wat je vervolgens kunt doen is om afgunst om te vormen naar benijden, hiervoor heb je empathie nodig. Stap eens in de schoenen van de ander en kijk eens wat de ander allemaal gedaan heeft om zo ver te komen.

En dit is best ingewikkeld omdat mensen geloven in hun eigen waarheid. We overschatten onszelf enorm blijkt uit onderzoek.

Waarom is afgunst goed? Omdat het een belangenbehartiger is die je helpt op te letten op je status. Als een ander het beter doet dan jij, is dit een signaal.  Alles wat we over een ander vinden, zegt alleen iets over onszelf. Afgunstig zijn is niet zo negatief of giftig als je denkt. Je kunt het als inspiratiebron gebruiken en het geeft drive om tot actie te komen. Afgunst geeft je een kijkje in de wereld die jij ook zou willen. Ook vertelt het je dat je misschien wat erkenning nodig hebt.

Het is geen taboe om afgunstig te zijn, zolang je maar niet vervalt in roddelen over anderen of de ander wilt straffen omdat hij of zij afgunstig is, ofwel geldingsdrang. Afgunst gaat over gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Het spoort je aan om na te gaan of je eerlijk, onnadenkend of egoïstisch bent en dit op een positieve manier te gebruiken.

Conclusie

Elk van ons ervaart emoties als spijt, woede, agressie, trots en afgunst en we ervaren het allemaal anders. De één wordt sneller boos dan de ander. Bij de één duurt het langer dan bij de ander.We hebben allemaal onze unieke emotiebeleving. Het is goed om onze eigen emotie uitlokkers te herkennen voor meer bewustzijn. De sleutel hiervoor is gewaarzijn.

Het zijn allemaal nuttige emoties, als we ze constructief gebruiken. Echter zodra wij ons langdurig identificeren met deze emoties en de ‘emotie worden’, heeft dit invloed op ons welzijn en geluk. Het gaat erom de emotie gewaar te worden en te ontdekken wat deze emotie jou wil vertellen. Het gaat om het bewustzijn van wat je voelt, zonder jezelf te veroordelen over wat je voelt. Tenslotte wil elke emotie jou iets vertellen.

Het vergroten van je bewustzijn gaat ook over hoe anderen zich voelen. Heb je begrip voor de emoties van anderen of veroordeel je ze als giftig? Het accepteren van andermans emoties, betekent accepteren van je eigen emoties. Het draagt bij aan een gelukkigere wereld.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Over de schrijver
Sheila Neijman is psycholoog & gelukscoach. Zij helpt mens en organisatie groeien naar een hoger geluksbewustzijn.
Reactie plaatsen

Wij gebruiken cookies