
Is de mens de held van de planeet?
De mens beschikt over een bijzonder vermogen tot bewust denken. We kunnen reflecteren op onszelf, oorzaak en gevolg onderzoeken, ingewikkelde problemen oplossen en nieuwe werelden bedenken en creëren. We bouwen huizen, ontwikkelen technologie, maken kunst, reizen naar de ruimte en zijn in staat tot liefde, empathie, compassie en een diep gevoel van verbondenheid.
En toch heeft diezelfde mens ook een heel andere kant.
Onze geschiedenis kent oorlog, geweld, onderdrukking, uitsluiting, hebzucht en vernietiging. Ook in het dagelijks leven kunnen we competitief, egoïstisch, boos, onzeker of vervreemd raken. Hoe kunnen die twee kanten tegelijkertijd in ons bestaan?
Onze duale capaciteit
Dat is precies de vraag die de Australische bioloog Jeremy Griffith centraal stelt in zijn werk over de menselijke conditie. Waarom zijn mensen in staat tot zoveel liefde, samenwerking en onzelfzuchtigheid en tegelijkertijd tot agressie, competitie en egoïsme?
Griffith noemt deze tegenstrijdigheid onze menselijke conditie.
Volgens hem hebben we deze tegenstelling lange tijd geprobeerd te verklaren vanuit onze dierlijke oorsprong: mensen zouden competitief en agressief zijn omdat natuurlijke selectie organismen bevoordeelt die overleven en hun genen doorgeven. Griffith verzet zich tegen die verklaring.
Volgens hem hebben we niet simpelweg last van een agressieve, egoïstische ‘dierlijke natuur’. Hij stelt dat onze boosheid, egocentriciteit en vervreemding voortkomen uit een veel dieper psychologisch conflict dat ontstond toen ons bewuste intellect zich ontwikkelde en in botsing kwam met onze al bestaande instinctieve oriëntaties. Dat vormt de kern van zijn zogenoemde instinct versus intellect-verklaring.
Zijn boodschap is daarmee radicaal anders:
de mens is volgens Griffith niet fundamenteel slecht.
Ons problematische gedrag is volgens zijn theorie ontstaan tijdens een ongeveer twee miljoen jaar durende zoektocht naar kennis en zelfbegrip. En juist daarom noemt hij de mens uiteindelijk niet de schurk, maar de held van het verhaal van het leven op aarde.
Onze menselijke conditie
Volgens Griffith ontstaat de menselijke conditie uit een probleem dat uniek is aan een wezen dat bewust over zichzelf en zijn omgeving kan nadenken. Een instinctieve oriëntatie hoeft zichzelf niet te begrijpen. Een dier kan bijvoorbeeld een migratieroute volgen zonder te weten waarom het die route volgt.
Een bewust denkend wezen werkt anders.
- Het gaat experimenteren.
- Het stelt vragen.
- Het wil zelf ontdekken wat werkt.
- Het probeert oorzaak en gevolg te begrijpen.
Volgens Griffith ontstond er daardoor op een bepaald moment in onze evolutionaire ontwikkeling een onvermijdelijk conflict tussen onze oude, genetisch gevormde instinctieve oriëntaties en onze nieuwe, bewuste en onderzoekende geest.
Ons intellect moest experimenteren om kennis te verzamelen, maar onze instincten konden die afwijkingen niet ‘begrijpen’. Ze bleven als het ware aangeven welke richting gevolgd moest worden. Volgens Griffith ervoer de bewuste mens dat als een impliciete afkeuring:
Waarom doe je niet gewoon wat je instinctief behoort te doen?
Maar het jonge menselijke intellect kon nog niet verklaren waarom het juist noodzakelijk was om van die vaste route af te wijken. Daar ontstond volgens hem de onzekerheid.
Zijn we van nature competitief en agressief?
Griffith is zeer kritisch op verklaringen waarin het egoïstische en agressieve gedrag van mensen voornamelijk wordt teruggebracht tot de biologische strijd om overleving en voortplanting. Hij wijst erop dat menselijk gedrag ook duidelijk een psychologische dimensie heeft.
Mensen voelen schuld en schaamte. We verlangen naar erkenning. We kunnen ons minderwaardig of juist superieur voelen. We raken depressief of vervreemd, zoeken betekenis, willen gelijk krijgen en kunnen ons eindeloos afvragen of we wel goed genoeg zijn. Volgens Griffith kun je die enorme psychologische complexiteit niet volledig verklaren door alleen te zeggen dat onze genen zichzelf willen voortplanten.
Daarbij beroept hij zich ook op het vermogen van mensen tot samenwerking, zorgzaamheid en onzelfzuchtigheid. Binnen zijn theorie zijn onze oorspronkelijke morele instincten juist coöperatief en liefdevol van aard.
Hier is wel een belangrijke wetenschappelijke nuance nodig. Griffiths afwijzing van een genetische bijdrage aan agressief gedrag is niet de huidige wetenschappelijke consensus. Onderzoek naar menselijk agressief gedrag wijst juist op een complex samenspel tussen genetische aanleg en omgevingsfactoren. Dat weerlegt niet automatisch Griffiths bredere psychologische theorie, maar betekent wel dat de uitspraak “agressie heeft niets met genen te maken” te absoluut is.
Darwin en ‘survival of the fittest’
Ook Darwin komt in Griffiths kritiek regelmatig terug. De uitdrukking ‘survival of the fittest’ wordt tegenwoordig vaak gebruikt alsof Darwin daarmee bedoelde dat de sterkste, hardste of meest competitieve individuen altijd zouden winnen.
Historisch ligt dat genuanceerder. De term werd bedacht door Herbert Spencer. Alfred Russel Wallace stelde Darwin in 1866 voor om die formulering te gebruiken. Darwin vond de uitdrukking bruikbaar en nam haar vanaf de vijfde editie van On the Origin of Species in 1869 op naast zijn begrip natuurlijke selectie. Hij verving ‘natuurlijke selectie’ dus niet simpelweg door ‘survival of the fittest’. Dat onderscheid is belangrijk.
Wat Griffith vooral bekritiseert, is het latere idee dat ‘survival of the fittest’ gebruikt kan worden als een soort rechtvaardiging voor menselijk egoïsme, competitie en macht. Volgens hem doet dat geen recht aan de diepere psychologische oorsprong van ons gedrag.
Een enorme paradox
En daarmee komen we bij de paradox die Griffith probeert op te lossen.
Hoe kunnen wij mensen fundamenteel goed zijn wanneer onze geschiedenis tegelijkertijd zoveel geweld, egoïsme en destructie laat zien?
- Zijn we een evolutionaire fout?
- Zijn we simpelweg een gevaarlijke soort?
- Of begrijpen we nog niet goed waarom wij ons gedragen zoals we ons gedragen?
Volgens Griffith is juist die laatste mogelijkheid jarenlang moeilijk onder ogen te zien geweest. Want zodra we werkelijk gaan onderzoeken waarom wij boos, egocentrisch en vervreemd kunnen zijn, komen we onvermijdelijk ook bij onszelf terecht.
Het probleem bevindt zich niet alleen ‘daarbuiten’. We ontdekken dezelfde tegenstrijdigheden ook in onszelf.
Wat Griffith ‘Resignation’ noemt
Griffith beschrijft daarbij een psychologisch proces dat hij Resignation noemt. Volgens zijn ontwikkelingsmodel gaan kinderen rond het begin van de adolescentie steeds bewuster nadenken over de onvolmaaktheid van de wereld en over hun eigen gedrag.
- Waarom zijn mensen niet altijd aardig?
- Waarom bestaat onrecht?
- Waarom liegen mensen?
- Waarom worden mensen boos?
En uiteindelijk:
Waarom doe ík soms dingen waarvan ik zelf weet dat ze niet ideaal zijn?
Griffith situeert een belangrijke fase in dat proces rond ongeveer twaalf à dertien jaar. Uiteindelijk zou vrijwel iedereen zich volgens zijn theorie ‘neerleggen’ bij het feit dat hij of zij geen bevredigend antwoord vindt en het confronterende vraagstuk van de menselijke conditie zoveel mogelijk uit het bewustzijn wegdrukken.
Dat noemt hij Resignation.
Het is belangrijk dit ook zo te formuleren: dit is een onderdeel van Griffiths eigen psychologische ontwikkelingsmodel, niet een algemeen aanvaarde ontwikkelingspsychologische theorie.
Het ‘Deaf Effect’
Daarmee hangt nog een bekend begrip uit zijn werk samen: het Deaf Effect. Volgens Griffith hebben we het onderwerp van de menselijke conditie zo lang moeten vermijden, omdat het zoveel onderliggende schuld en onzekerheid oproept, dat onze geest als het ware automatisch dichtgaat wanneer iemand het onderwerp rechtstreeks probeert te bespreken.
- Je leest de woorden, maar merkt dat je ze nauwelijks kunt opnemen.
- Je dwaalt af.
- Je verliest je aandacht.
- Of je krijgt weerstand tegen wat je leest.
Griffith noemt dat het Deaf Effect: een psychologische blokkade waardoor we juist moeite hebben om een verklaring van de menselijke conditie werkelijk ‘te horen’.
We zijn niet het kwaad van het universum
En hier komt het meest hoopvolle deel van Griffiths theorie. Volgens hem hebben mensen zich niet zo gedragen omdat we fundamenteel slecht zijn. Toen onze bewuste geest zich begon te ontwikkelen, moest die geest experimenteren om kennis te verkrijgen.
Maar onze instinctieve oriëntaties konden die zoektocht niet begrijpen. Daardoor ontstond volgens Griffith een enorme psychologische onzekerheid.
Om met die onzekerheid om te gaan, begonnen mensen zich te verdedigen, bewijzen en afsluiten.
- We wilden winnen.
- We wilden macht.
- We zochten erkenning.
- We wilden laten zien dat we wel goed waren.
En wanneer dat niet lukte, konden we boos, agressief of vervreemd raken. Volgens Griffith waren die reacties dus geen bewijs dat onze bewuste zoektocht verkeerd was. Integendeel.
Die zoektocht naar begrip moest plaatsvinden.
En als dat klopt, verandert het hele verhaal. Dan waren mensen volgens hem niet de schurken die de oorspronkelijke harmonie vernietigden, maar bewuste wezens die een buitengewoon zware prijs betaalden voor de ontwikkeling van kennis en zelfbewustzijn.
Daarom noemt Griffith de mens de held van het verhaal van het leven op aarde.
Van een verzorgende naar een patriarchale wereld
Een ander onderdeel van Griffiths theorie gaat over onze vroege evolutionaire geschiedenis. Hij stelt dat langdurige moederlijke zorg en verzorging een centrale rol hebben gespeeld bij het ontstaan van onze coöperatieve en onzelfzuchtige instincten. Bonobo's zijn voor hem een belangrijk hedendaags voorbeeld van hoe een sterke nadruk op verzorging samen kan gaan met sociaal en coöperatief gedrag.
Volgens Griffith was onze zeer vroege menselijke voorgeschiedenis daarom sterk vrouwgericht of matriarchaal, waarbij verzorging centraal stond. Toen de menselijke conditie ontstond en de strijd tussen instinct en intellect begon, veranderde volgens zijn theorie ook de rolverdeling. Hij beschrijft hoe een eerdere verzorgende, vrouwelijke prioriteit uiteindelijk plaatsmaakte voor een veel sterker patriarchaal georganiseerde wereld.
Ook dit behoort tot Griffiths eigen evolutionaire reconstructie en moet dus niet worden gelezen alsof dit gehele scenario wetenschappelijke consensus is. Maar binnen zijn theorie is het belangrijk: onze oorspronkelijke coöperatieve oriëntatie is volgens hem niet verdwenen. Zij ligt nog steeds onder onze psychologisch verstoorde toestand.
Een ontmoeting met onze bewuste geest
Dat brengt mij bij wat ik zelf een van de interessantste onderdelen van zijn werk vind. Griffith nodigt ons niet uit om onze donkere kanten simpelweg te veroordelen. Hij probeert ze begrijpelijk te maken.
- Boosheid.
- Ego.
- Competitie.
- Jaloezie.
- Macht.
- Vervreemding.
Volgens hem zijn het niet alleen tekenen dat er iets mis is met de mens. Het zijn ook gevolgen van een lang psychologisch gevecht van een bewust wezen dat zichzelf nog niet volledig kon begrijpen.
Dat doet mij ook denken aan de Jungiaanse gedachte dat heelheid niet ontstaat doordat we alleen onze ‘goede’ kanten erkennen, maar ook doordat we bereid zijn onze schaduw onder ogen te zien.
Niet om destructief gedrag goed te praten.
Wel om te begrijpen waar het vandaan komt.
Harry Prosen over Griffiths werk
Psychiater Harry Prosen, die voorzitter is geweest van de Canadian Psychiatric Association en jarenlang werkzaam was in de psychiatrie, was een uitgesproken pleitbezorger van Griffiths werk.
Hij noemde Griffiths verklaring van de menselijke conditie:
“the holy grail of insight we have sought for the psychological rehabilitation of the human race.”
Die uitspraak is daadwerkelijk terug te vinden in Prosens toelichting op Griffiths werk. Prosen was daarnaast psychiatrisch adviseur van de Bonobo Species Preservation Society.
Dat betekent uiteraard niet dat Griffiths theorie daarmee automatisch wetenschappelijke consensus is. Het laat wel zien dat zijn werk ook door professionals buiten zijn eigen vakgebied serieus en met grote belangstelling is ontvangen.
Van onbewust naar volledig bewust
Volgens Griffith kunnen we niet terug naar de oorspronkelijke onschuld van onze verre voorouders. En misschien moeten we dat ook niet willen. Onze bewuste geest is ontstaan en die ontwikkeling kunnen we niet ongedaan maken. Maar volgens hem kunnen we wel naar een volgende fase:
een staat waarin we bewust zijn én begrijpen waarom we geworden zijn wie we zijn.
Niet terug naar onschuld omdat we nog niets weten. Maar vooruit naar heelheid doordat we onszelf eindelijk begrijpen.
En precies daarin ligt voor Griffith de mogelijkheid om de psychologische onzekerheid onder ons competitieve, egoïstische en agressieve gedrag los te laten. We hoeven onszelf dan niet langer voortdurend te bewijzen. We hoeven niet meer te denken dat we fundamenteel slecht zijn. En we hoeven onze menselijke conditie niet langer uit angst buiten ons bewustzijn te houden.
Zijn wij dan de held van de planeet?
Volgens Griffith: ja. Niet omdat alles wat mensen hebben gedaan goed is. Niet omdat geweld, oorlog of egoïsme daardoor ineens onbelangrijk worden. Maar omdat hij onze geschiedenis ziet als een lange, pijnlijke zoektocht van een bewuste soort die moest leren begrijpen waarom zij was zoals zij was.
Zijn theorie draait daarom uiteindelijk om een heel andere manier van kijken naar de mens:
Wij zijn niet slecht omdat wij een donkere kant hebben. We zijn een soort die zichzelf nog moest leren begrijpen.
En misschien verandert er iets wanneer we niet alleen vragen:
“Wat is er mis met de mens?”
maar ook:
“Wat heeft de mens doorgemaakt om te worden wie hij nu is?”
Vanuit Griffiths visie ontstaat daar ruimte voor een veel mildere én tegelijkertijd diepere kijk op de menselijke conditie.
Gratis verder lezen en kijken
Het werk van Jeremy Griffith is tegenwoordig uitgebreid en grotendeels gratis te lezen en te bekijken via de World Transformation Movement en HumanCondition.com. Daar zijn zijn boeken, video's, interviews en Freedom Essays beschikbaar.
Er is ook nog steeds een Nederlandse website. Die vermeldt inmiddels twee Nederlandse WTM-centra, in Amsterdam en Arnhem, en biedt Nederlandse vertalingen en materiaal rondom Griffiths werk. Wie zich werkelijk in zijn visie wil verdiepen, kan daar dus rechtstreeks bij de bron verder lezen.









